Trezebees

Hoe Trezebees
haar schat
vond

ER WAS EENS...

… in een land hier ver vandaan, een heel verlegen meisje. Haar naam was Trezebees.

 

Trezebees werkte als veegster in het paleis van de koning. Dat deed ze heel stilletjes, zodat niemand haar hoorde of zag.

 

Het paleis was gigantisch. Er waren meer dan hon-derd kamers. Een van die kamers was het trezoor. Daar bewaarde de koning al zijn schatten.

Elke schat had een verhaal. Allemaal waren ze waar en het waard om gehoord te worden. Maar dat ge-beurde niet.

Inspiratie%20(20)_edited.jpg

Niemand kon de verhalen vertellen,

want niemand mocht

in het trezoor.

Behalve Trezebees.

 

Elke week was ze in het trezoor om 

alle schatten af te stoffen

met haar verenbezem.

Ze tilde de schatten een voor een op

en dacht aan de verhalen die erbij hoorden.

 

De verhalen delen deed ze niet.

Daarvoor was Trezebees veel te verlegen.

Maar ze schreef ze wel op. 

In een boekje met een veer 

die ze uit haar bezem

had geplukt.

Toen Trezebees alle verhalen had opgeschreven, ging ze met haar boekje naar de koning. De koning was oud en zijn ogen werkten niet meer goed. Dus vroeg hij haar de verhalen aan hem voor te lezen. 

 

Trezebees verschoot van kleur. Ze durfde helemaal niet voor te lezen, maar ze durfde de koning ook niet zijn verzoek te weigeren.

Dus liet Trezebees voor het eerst in haar leven haar stem horen. Ze las, eerst heel zachtjes en stotterend, maar later luid en duidelijk. Soms met een lach en soms met een traan.

De koning was zo onder de indruk van Trezebees' voorleeskunsten, dat hij haar het hele land door stuurde om iedereen de verhalen van zijn schatten te vertellen. Dat bleef ze doen tot ze oud was en stierf.

De verhalen van Trezebees worden nog steeds verteld. Ook haar eigen verhaal. Tot op de dag van vandaag wordt er in het trezoor van de huidige koning van dat verre land een verenbezem bewaard.

Einde